Bij het aan en van boord helpen van rolstoelgebruikers kan de 1,5 meter veiligheidsafstand tussen jou en de passagier niet bewaard worden. Neem daarom de volgende maatregelen in acht:

  • Als chauffeur draag je een mondmasker, maar ook de rolstoelgebruiker en de eventuele begeleider zijn verplicht een mondmasker te dragen;
  • Draag nitril handschoenen voor alle handelingen bij het in– en uitstappen;
  • Kom niet in fysiek contact met de passagier, enkel met de rolstoel en het bevestigingssysteem;
  • Blijf zo ver mogelijk achter de passagier (houd een zo groot mogelijke afstand, ook op de rolstoellift);
  • De rolstoel moet steeds langs de achterzijde benaderd worden (niet frontaal) en de rolstoel mag enkel achteraan en onderaan aan de wielen worden vastgelegd;
  • Voor rolstoelreizigers die met begeleiding reizen, zal de chauffeur de oprijplaat uitklappen of de lift bedienen. Zo kan de rolstoelgebruiker zelfstandig of met behulp van een begeleider het voertuig in;
  • Je handschoenen doe je uit achter het stuur. Deze handschoenen zijn niet toegelaten tijdens de rijprestatie.

Bron: FBAA - CIR.CAR van 30/03/2020, richtlijnen Belbus De Lijn. (update richtlijnen De Lijn 25 juni 2020)